Uitleg soorten luiers

Uitleg soorten luiers

Help!, ik zie door de luiers…euhh bomen het bos niet meer!
Dit is een vraag die we heel veel te horen krijgen en om het een beetje makkelijker te maken hebben we alle soorten luiers hieronder op een rijtje gezet.

Soorten wasbare luiers

De naam zegt het al, alles-in-een luier: de absorberende delen van deze luier zitten al de waterdichte buitenkant vast. Hierdoor bestaat deze luier uit één geheel. Bij sommige alles-in-een luiers kun je de absorberende delen uitklappen voor een snellere droogtijd.

Doordat de buitenkant van waterdicht materiaal is heb je geen los overbroekje nodig. Hierdoor is dit een zeer handige luier voor de oppas.

Het voordeel van deze luier is dat hij zeer makkelijk in gebruik is, een nadeel is dat het absorptievermogen wat beperkt is, waardoor je bij kindjes die véél plassen de luier sneller moet verschonen.

Bij de meeste alles-in-een luiers kun je makkelijk boosters toevoegen om het absorptievermogen te vergroten.

De alles-in-twee luier, in het Engels snap-in-one (SIO), is een luier die bestaat uit een waterdicht overbroekje met daarin drukknoopjes of klittenband waar je de absorberende delen aan vast kunt maken.

Na het verschonen kun je het overbroekje opnieuw gebruiken, je vervangt allen de absorberende inlegger. De alles-in-twee luier is makkelijk in gebruik, en voordeliger dan de alles-in-een luiers omdat je alleen de absorberende inlegger hoeft te vervangen. In de praktijk kun je met 7 a 8 overbroekjes en 24 a 30 absorberende inleggers toe. Deze luier is eenvoudig bij te boosten.

Een pocketluier is een luier met een opening tussen de binnen- en buitenlaag, hierdoor ontstaat een opening, de ‘pocket’. In deze opening doe je absorberende inleggers.
De binnenlaag is van fleece, bamboe of katoen, de buitenlaag is van PUL.
De absorberende inleggers kunnen van microvezel, bamboe, katoen of hennep zijn. Dit verschilt per merk. Sommige pockets worden zonder absorberende inleggers verkocht. Dit staat duidelijk bij het product vermeld.

Wie kent ze niet? En ja ik bedoel echt de hydrofielen die iedereen in huis heeft als er een baby komt.
Je vouwt ze om de baby, sluiten met een snappie, overbroekje eromheen en klaar.
O mdat hydrofielen erg dun zijn zitten ze lekker slank om je baby.
Wanneer je kindje meer gaat plassen kun je extra inlegger toevoegen.
Er zijn meedere manieren om een hydrofiel te vouwen. Één van die manieren is: “Origami”
Hieronder een filmpje die laat zien hoe je een hydrofiel origami vouwt.

Eigenlijk hetzelfde idee als een hydrofiel luier, maar een prefold is kleiner en iets dikker. 
We verkopen prefolds /vouwluiers van verschillende materialen. Het is de ouderwetse manier van wasbaar luieren maar nog steeds zeer doeltreffend en het voordeligste. .
Een prefold kan je ook goed gebruiken als extra inlegger.
Hieronder een filmpje hoe je een prefold op verschillende manieren kan vouwen.

https://youtu.be/JDqa45EOHfE


Het overbroekje kan van fleece, wol of TPU/PUL zijn.
De reden waarom wij geen fleece verkopen is omdat fleece vaak doordruk plekken geeft en wij het daardoor geen fijn product vinden.
Wol moet wel gelanoliseerd worden voor het gebruikt kan worden als overbroekje. Dit houd in dat je het broekje een vetlaagje geeft waardoor het vocht niet meer naar buiten kan.
Wol is erg prettig als overbroekje omdat het natuurlijk materiaal is en zeer ademend. Ook erg geschikt voor kindjes met een gevelige huid.
Overbroekjes van TPU/PUL zijn makkelijker in het onderhoud, ook ademend én in leuke printjes.

Een voorgevormde luier is een absorberend stuk stof wat al gevormd is als een luier! Met drukknoopjes of klittenband sluit je de luier eenvoudig. Bij de beentjes en de rug zit elastiek in de luier verwerkt. Hierdoor blijven spuitluiers netjes binnenboord. Over de voorgevormde luier doe je een los overbroekje. Omdat het omdoen van deze luier uit twee handelingen bestaat, noem je deze luier een tweedelige luier. Tweedelige luiers zijn de meest lekvrije luiers op de markt.

Materialen waar de wasbare luiers van gemaakt zijn

Wereldwijd is ongeveer 2,5 procent van alle beschikbare landbouwgrond beplant met katoen. In totaal gaat het om 31 miljoen hectare, wat neerkomt op bijna tien keer de oppervlakte van Nederland. Tot nu toe is ongeveer 1% van de totale katoenteelt biologisch. Bij het telen van katoen is veel grond en water nodig. Katoen is een zachte vezel, die uit de opperhuid van de zaden van de katoenplant groeit. De vezels worden tot draden gesponnen en gebruikt om er zacht, luchtdoorlatende stof van te maken. Katoen kan goed tegen vocht, relatief goed bestand tegen warmte en heeft een hoge slijtvastheid. Het is zowel tegen mechanische als tegen chemische invloeden uitermate bestand. Katoen is dus gemakkelijk te reinigen en goed te verven.

Voor de productie van normale katoen worden kunstmatige meststoffen (kunstmest) of bestrijdingsmiddelen (pesticiden) gebruikt. Wij kiezen daarom altijd voor biologisch geteelde katoen. 

 

Bamboe is de snelst groeiende plant ter wereld. Het is gemakkelijk te verbouwen want bamboe heeft eigenlijk alleen maar veel zonlicht nodig. De kans op misoogsten is klein. Er is geen extra water nodig bij de kweek van bamboe en doordat de bamboe zelf een antibacteriële stof aanmaakt, zijn er ook geen pesticiden nodig. Bovendien helpt bamboe tegen het broeikaseffect omdat het CO2 uit de lucht opneemt, en bamboe doet dit beter dan gewone bomen. Bamboe is net als katoen een cellulose stof.

In 1864 is er voor het eerst geschreven over hoe je bamboe kan gebruiken om textiel te maken door Philipp Lichtenstadt. Bamboetextiel werd toen geproduceerd op de volgende manier geproduceerd;

1) Oogsten van de bamboe
2) De bamboe wordt gespleten in lange stengels van ongeveer een centimeter dik
3) De bamboe wordt geweekt in een mengsel van limoenzuur, soda en oxaalzuur
4) De bamboe wordt na 24 uur uit de oplossing gehaald en vervolgens gekookt in een mengsel met soda
5) De pulp die is ontstaan wordt geplet en gekamd
6) Er wordt garen van gesponnen

Dit proces is door de jaren heen in essentie weinig veranderd. Wel is er een tweede manier ontstaan die milieuvriendelijker is en gebruik maakt van enzymen.

De hennepplant die gebruikt wordt voor textielproductie groeit razendsnel, zonder dat er kunstmest, bestrijdingsmiddelen of irrigatie voor nodig zijn. Daarnaast heeft hennepteelt als milieuvoordeel dat het de landbouwgrond niet uitput. Sterker nog, hennepplanten kunnen erosie en verontreiniging van de grond tegengaan. Bovendien is voor hennepteelt minder landbouwgrond nodig dan bij gewassen zoals katoen. Hennep wordt geoogst en dan op het veld gelaten om te “roten”. Door het rotings-proces komt de buitenste bastvezel los van de binnenste. Dan worden alle houterige delen eruit gehaald voordat de vezel wordt gesponnen. Net zoals bij andere bastvezels worden enzymen gebruikt in het proces om vervuiling terug te brengen en het proces te snellen, dus minder duur te maken.

Hennep vs. Katoen Vezels van hennep zijn tien keer sterker dan de vezels van katoen. Daardoor zijn luiers van hennep sterk en gaan lang mee. Nadeel is dat hennep stof vaak stug is, en dus moet het nabewerkt worden of vermengd met andere stoffen. Door hennep te mixen met biologisch verbouwd katoen, ontstaat een stof die zacht aanvoelt, maar toch sterker is dan katoen.

De hennep neemt niet zo snel vlekken op en wordt op den duur door het wassen zachter. De stof is lichter dan vele andere stoffen waardoor het snel droogt en niet in de droger hoeft. Hennep is van nature motten-bestendig.

Hennep luiers hebben vele pluspunten voor degene die het draagt. Het absorbeert vocht beter, is minder toxisch, en houdt meer UV stralen buiten. Er zijn onderzoeken gedaan waaruit bleek dat hennep de groei van bepaalde (stafylokok) bacteriën tegen gaat. Mensen met een gevoelige huid zouden er dus wel eens baat bij kunnen hebben hennep te dragen.

Het bestaat meestal uit samengestelde vezels van polyester en polyamide met een dikte van hoogstens 10 µm (1/100 mm). Bij de productie van de microvezels wordt een gedeelte van het polyester-polymeer opgelost waardoor ruimtes ontstaan tussen het polyester en het polyamide gedeelte. Dit kan ook langs mechanische weg bereikt worden door het strekken van de vezels. In de ruimtes kan vocht en vuil zich verzamelen wat maakt dat de microvezels een zeer groot vocht en vuil absorberend vermogen hebben Microvezel mag niet direct tegen de huid gedragen worden.